Je bent hier:

U bent hier

Onderwijs als therapie

Bednet maakt deel uit van POZILIV (Platform van Onderwijs aan Zieke Leerlingen in Vlaanderen). Onderwijs aan zieke kinderen is een succesverhaal als vele partners samenwerken. We gingen langs bij Kaat Debruyne, onderwijscoördinator in De Korbeel, een kinder-en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis in Kortrijk waar Bednet vaak mee samen werkt.

Weinigen doen het Kaat Debruyne na: bijna veertig jaar werken in de kinderpsychiatrie waarvan de eerste twintig jaar als groepsleidster. Kaat is terecht trots op haar jarenlange ervaring in de sector. Als onderwijscoördinator in De Korbeel volgt ze enthousiast het onderwijspakket op van de opgenomen kinderen. Als aanspreekpunt voor de scholen coördineert ze schoolse activiteiten en administratie. Eind volgend jaar neemt ze definitief afscheid van het werkleven. Maar ze is nog steeds één en al vuur. Ze licht toe wat De Korbeel voor de kinderen betekent en waarom ze haar job al zo lang volhoudt.

Een lichtpunt

Ouders van psychisch kwetsbare kinderen hebben al een hele weg afgelegd vooraleer ze bij ons terecht komen. Ze hebben overal aangebeld, van alles geprobeerd, hun uiterste best gedaan. Ze zijn blij dat ze de zorg voor hun kind kunnen overdragen aan een gespecialiseerd team. Het is een verademing, een lichtpunt, een rustperiode voor ouders. Een korbeel is eigenlijk een klein stukje in een dakgebinte dat maakt dat je dak blijft staan. De Korbeel wil dat klein stukje zijn dat kinderen overeind houdt op een moeilijk moment in hun leven. Een gespecialiseerd team zorgt ervoor dat het kind de juiste diagnose en behandeling krijgt. Als een kind opgenomen wordt blijft het 6 à 8 weken bij ons in observatie. Ons team probeert een totaalplaatje te krijgen: wat is er aan de hand, wat is de voorgeschiedenis, er worden testen afgenomen, het gedrag in de leefgroep wordt geobserveerd, er wordt met de school en de ouders gesproken. Op basis van al die info wordt een diagnose opgesteld en wordt advies gegeven aan het kind en de ouders. Indien nodig kan daarna kan een behandeling opgestart worden.

Moeilijk gedrag

Kinderen belanden om diverse redenen bij ons. Maar meestal is het gedrag van het kind niet meer houdbaar thuis en in de klas. Leerproblemen liggen regelmatig aan de basis van gedragsproblemen in de klas. Veel kinderen gedragen zich moeilijk omdat ze bv. niet in de juiste richting zitten. Dat geeft stress en frustratie. Soms willen ouders perse dat een kind in een hoog schoolniveau blijft, waardoor het kind crasht etc. Bij de oudsten zien we vaak persoonlijkheids-of gedragsstoornissen, faalangst of depressie en ASS opduiken. Bij de kleinsten liggen hechtingsproblemen en leerstoornissen vaak aan de basis van moeilijk gedrag. Maar meestal is het een samenloop van verschillende factoren die ervoor zorgt dat het kind niet meer kan functioneren op school en/of thuis en opgenomen wordt.

School als therapie

Onderwijs maakt deel uit van de behandeling, vandaar dat ook de leerkrachten deel uitmaken van het behandelteam. Kinderen volgen hier 4 uren les per week. In de klas is er een aangepaste individuele aanpak. Zo worden leerlingen gemotiveerd en kunnen ook leerproblemen, die mogelijks aan de basis liggen van gedragsmoeilijkheden, opgespoord worden. Het is ook niet altijd evident om kinderen samen te nemen in groep omwille van hun problematiek. We hebben beperkte middelen. Onze leerkracht heeft tijd te kort om alle leerstof in te halen. Daarom werken we vaak met vrijwilligers van S&Z en via Bednet.

We zien dat kinderen hier graag naar de klas komen, ook kinderen die school weigerden wegens schoolmoeheid. Ze houden van de individuele begeleiding, de begripvolle en goede leerkrachten, de kansen die ze hier krijgen. We werken ook aan de re-integratie in de thuisschool. Ik ben ook begeleider van een schoolgroep die instaat voor de school-en studiebegeleiding van de kinderen die deeltijds naar school gaan. Kinderen worden er na school opgevangen. Het is een beetje vergelijkbaar met terugkeer van school in een thuissituatie. Ze krijgen de kans om te ventileren, krijgen een koek, de agenda wordt overlopen, er is tijd en ruimte voor huiswerk, ze leren leren maar leren er even goed een bus of trein naar school nemen,...

Onderwijs op een kinderpsychiatrische dienst is sowieso belangrijk maar in de eerste plaats wordt er gewerkt aan ook het welzijn van de kinderen. Naast onderwijs moet er altijd voldoende ruimte zijn voor therapieën (psychotherapie, ergotherapie, circustherapie, dans- en bewegingstherapie, familietherapie..). Het is een kwestie van een puzzel te maken binnen het individueel behandelingsplan.

Wijze raad van Tante Kaat

Ik werk al 40 jaar in de psychiatrie. Mentaal kan ik het goed aan omdat ik voor mezelf een aantal veiligheden heb ingebouwd. Ik besef dat ik werk met kwetsbare kinderen die er zelf niet om gevraagd hebben. Ik weet dat moeilijk gedrag niet persoonlijk tegen mij is.  Uit ervaring weet ik dat tijdens een conflict het aangaan van een machtsstrijd weinig oplevert. Het is dan belangrijk dat je het kind aangeeft dat het vooral moet meewerken voor zichzelf en niet voor mij. Soms gebruik de woorden: Ik ben de vijand niet!” Waarmee ik wil zeggen dat ik aan hun kant sta en er niet tegenover.

Dat is ook het advies dat ik geef aan scholen: leerkrachten zien het moeilijke gedrag van een kind soms niet meer zitten, ze kunnen er niet van slapen en denken dat ze gefaald hebben. Het is mijn taak om hen gerust te stellen. Er zijn grenzen, ook voor de betrokken leerkracht. Het is geen schande om aan te geven dat het niet meer lukt in de klas na alles geprobeerd te hebben. Het gedrag is niet tegen de leerkracht persoonlijk. Het M-decreet verplicht leerkrachten om bv. een kleuter met gedragsproblemen zo lang mogelijk in de klas te houden maar sommige leerkrachten gaan er aan onderdoor.

Mijn tip voor jongeren: je bent niet getekend voor de rest van je leven omdat je ooit in de psychiatrie hebt gezeten. Het is niet omdat je als kind ooit eens een haperingske hebt gehad of wat steun nodig had, dat je het niet gaat maken in het leven. Van sommige kinderen hoor ik achteraf hoe het ermee gaat. Het doet dan zoveel deugd om te zien dat ze het gemaakt hebben in het leven. Dan ben ik zo trots op hen...

Gelukkig is de beeldvorming erg veranderd. Het taboe blijft leven maar dankzij campagnes als De Rode Neuzendag is dat toch een stuk minder. Veel scholen hebben te maken met leerlingen met psychische en emotionele problemen. Het is veel meer bespreekbaar dan vroeger.

Soms merk ik dat een school bang is om een kind na de opname terug te nemen, vooral als het kind gedragsmoeilijk was en de klas op stelten zette. Zo had ik ooit een directie die bijna smeekte: “Houd hem, ik wil hem niet meer zien!”. Maar dan is het vaak mijn taak om de school er bewust van te maken dat het kind in opname is geweest, dat er aan gewerkt is geweest en dat het kind wel degelijk veranderd is maar bovenal een nieuwe kans verdient.