Je bent hier:

U bent hier

Afstuderen na 5 jaar Bednet

"Eén voordeel: ik ben een vechtertje geworden"

Artikel uit Het Laatste Nieuws - 29 Aug. 2017 (Copyright © De Persgroep Publishing)

Sofie Hendrickx zal vrijdag, haar grote schetsboek onder de arm, de gelukkigste leerlinge van de Mechelse Ursulinen zijn. Geboren met een ernstige hartafwijking knokte ze zich vijf jaar een weg doorheen haar middelbaar, met de hulp van Bednet. Al die tijd volgde ze de lessen in haar eentje, achter de webcam. "Met maar één doel voor ogen: op mijn 18de mode gaan studeren."

Aan niets is uiterlijk te merken dat Sofie Hendrickx uit Machelen - enig kind van Tanja D'hoe (48) en pluspapa Johan Aerts (56) - verschilt van om het even welke achttienjarige. Als ze al zou opvallen, is het dankzij haar prachtige bos ros haar. Maar Sofie is niet als een ander. Sinds de dag dat ze werd geboren, leeft ze met een ernstige hartafwijking. Ze heeft nooit kunnen sporten, heeft zelfs nooit leren fietsen. De minste fysieke inspanning was en is haar te veel. "Zelfs na het douchen moet ik vijf minuutjes op de zetel liggen om te bekomen", vertelt ze, in een appartement aan de dijk van Oostduinkerke, waar ze de laatste dagen van de vakantie doorbrengt met haar familie.

"Ik herinner mij hoe ik in de lagere school altijd in een klas op de gelijkvloerse verdieping zat. Speciaal voor mij hadden ze ervoor gezorgd dat ik geen trappen hoefde te doen. Ik zat toen dikwijls in een rolstoel. En al viel ik bij de minste verkoudheid weken uit en lag ik vaak met een longontsteking in het ziekenhuis, tot mijn twaalfde ben ik zoals elk ander kind min of meer normaal naar school kunnen gaan."

Maar drie maanden nadat ze in 2012 aan de ZAVO in Zaventem haar eerste middelbaar Moderne Wetenschappen aanvat, gaat het helemaal mis. "Ik kon niet eens meer de speelplaats oversteken om naar het toilet te gaan, zo fel raakte ik daarvan buiten adem", zegt ze. "Het gevolg was dat ik voor de zoveelste openhartoperatie onder het mes moest en een pacemaker kreeg. Weer was het kantje boord geweest, maar ik spartelde er door, mocht opnieuw halve dagen naar school én ik slaagde dat eerste middelbaar voor mijn examens!"

Enige kans

"Aan dat tweede jaar ben ik dan wel nog begonnen, maar al snel viel ik wéér uit, omdat ik de ene na de andere longontsteking kreeg. Zo kon ik niet meer verder leven. En dus is toen beslist om mijn linkerlong - zwaar beschadigd als gevolg van mijn hartafwijking - weg te nemen. Ook die operatie heeft mij bijna het leven gekost. Eenmaal ik hersteld was, volgde het verdict van de artsen in Leuven dat ik niet meer terug naar mijn klas kon gaan. Ik zou er te makkelijk infecties kunnen oplopen, en dat was te riskant geworden." En zo komt het dat Sofie halverwege haar tweede middelbaar - ze is dan 13 - aan de slag gaat met Bednet, synchroon internetonderwijs waarop tijdelijke en langdurige zieken sinds september 2015 recht hebben.

Ze zal vijf jaar een Bednetter blijven. Hoe zoiets aankomt, als je als prille tiener hoort dat je thuis in je eentje virtueel les moet volgen? "Eerlijk? Ik vond dat niet zo erg", zegt ze. "Ik was het intussen al zo gewend om dikwijls afwezig te zijn dat ik mij op school altijd al een beetje een vreemde eend in de bijt had gevoeld. Na het tweede middelbaar ben ik dan ook nog eens overgeschakeld naar een nieuwe school, kunstschool KTA in Jette. Daar kreeg ik al helemaal niet de kans om mijn klasgenoten echt te leren kennen, want toen was ik al een Bednetter. En wat je niet kent, kan je niet missen, hé?" "Mocht ik nu plots ziek zijn geworden en echte vrienden in mijn klas hebben gehad, dán denk ik dat ik het als Bednetter moeilijk zou hebben gehad. Want je ziet de klas dan wel, maar je zit er niet helemaal in, hé. Dan mis je volgens mij dat echte contact met je vrienden en ook het klasgevoel, als je tenminste in een goeie klas zit.

De laatste twee jaar van mijn humaniora ben ik een paar uurtjes per week naar de klas mogen gaan. Dat vond ik soms pijnlijker dan in mijn eentje les te volgen via Bednet. Want dan kwam ik daar weer even als een vreemde vogel toe, zag tijdens de middagpauze mijn klasgenoten in hun eigen vriendengroepjes naar de Panos vertrekken en dacht: 'Ach, ik eet thuis mijn bokes wel op.'" "En nog een reden waarom ik het niet erg vond om een Bednetter te zijn: ik besefte al van in het begin dat het mijn enige kans was om mijn droom waar te maken. En die droom is: modeontwerpster worden.

Daarom ook dat ik per se op het KTA in Jette mode wilde volgen. Op mijn zes jaar gaf mijn overgrootmoeder me een plakboek waarbij je van die naakte poppetjes moest aankleden met outfits op kleefstickers. Sindsdien ben ik in de ban van mode. Ik heb nooit iets liever gedaan dan in modemagazines bladeren en kleren tekenen. Zonder Bednet - zes uur per week voor de algemene vakken - had ik nooit mijn humanioradiploma kunnen behalen. Want je hebt maar recht op vier uurtjes thuisonderwijs per week, wat gewoon te weinig is om alles te leren wat je moet kennen."

 

Zwaarste opdoffer

Waarop Sofies mama tussenbeide komt om haar dochter te bewieroken. "Ik sta er nog van te kijken hoeveel zelfdiscipline en wilskracht ze aan de dag heeft gelegd om dat diploma toch maar te halen", zegt Tanja D'hoe. "Doe het maar in je eentje, hé. Vanop afstand, thuis in plaats van tussen klasgenoten en met zo'n zwakke gezondheid. Het strafste is: ik heb haar geen dag moeten aanporren om haar computer op te starten en aan de les te beginnen." Sofie: "Tuurlijk niet, mama! En pas op: niks zo gemakkelijk als worden afgeleid terwijl je internetonderwijs volgt. Je zit daar maar alleen achter je webcam, de leerkracht kijkt niet altijd naar jou, je gsm is snel gepakt en niemand die het ziet. En zeker als de lente eraan kwam, moest ik op mijn tanden bijten omdat ik binnen zat. Dan dacht ik soms: 'Het mag nu wel eens iets anders zijn dan altijd maar thuis met mama en oma in de buurt.'" (lacht)

"En toch nam ik Bednet heel serieus", zegt ze. "Want één ding had ik mij voorgenomen: ik wilde niét blijven zitten. Ik zou en moest er elk jaar door zijn van mezelf. Ziek of niet. Ziekenhuis tussendoor of niet. Ik wilde op mijn achttien kunnen zeggen: 'Al heb ik al zo veel naars meegemaakt, ik heb toch mijn diploma gehaald en sta dichter bij mijn droom dan ooit!' Mama zegt dat ik net een vechtertje ben geworden omdat ik al zo veel overwonnen heb." "Ik geloof dat ook echt", haakt haar mama in.

"Sofie is al zo vaak door het oog van de naald gekropen. Ik hoor het de prof op neonatologie nog zeggen: 'Zelden zo'n levensdrang gezien, maar... de natuur zit haar niet mee.' Er werd ons na haar geboorte letterlijk gezegd: 'Loslaten is ook een vorm van liefde.' Ik heb ook meegemaakt dat ze daar zeiden: 'Leg haar maar aan de borst, dan heb je dat gevoel tenminste gekend.' (stil) Zelfs na haar longoperatie in 2013 kreeg Sofie zo'n zware bloedingen dat we opnieuw dachten dat we haar kwijt waren. Dat kind heeft zo'n sterke wil om te leven, om vooruit te raken. Zij is het bewijs dat je er geraakt als je echt iets wil en ervoor knokt, hoe moeilijk ook. Wij zijn geweldig fier op haar."

Het liefst van al had Sofie straks aan de Antwerpse Mode Academie willen starten. "Ik ben er samen met mama naartoe gegaan, omdat ik zo graag het ingangsexamen had willen doen", zegt ze. "Maar op de academie zeiden ze dat de opleiding te zwaar zou zijn voor iemand met een zwak hart als ik. En dat ik mezelf dat niet mocht aandoen. Het was de zwaarste opdoffer die ik ooit heb moeten verwerken. Ik, die altijd voor de moeilijkste weg heb gekozen om er te geraken, kreeg niet eens de kans om het te proberen. Groot verdriet, hoor. Ik zou het hebben aanvaard, mochten ze mij na het ingangsexamen hebben gezegd dat ik niet geslaagd zou zijn. Maar nu? Toch heb ik mij herpakt en bij mezelf gezegd: 'Wacht maar! Jullie horen nog van mij!' Sindsdien ben ik precies nog meer gemotiveerd om het te maken in de modewereld."

Gelijkgestemde zielen

De Ursulinen in Mechelen gaan haar daar vanaf vrijdag bij helpen. Sofie start er een specialisatiejaar mode secundair-na-secundair. Op Bednet kan ze niet langer rekenen, daarvoor bestaat de opleiding uit te veel doe-vakken. Ze heeft intussen zodanig veel kine en conditietraining gevolgd dat ze zich sterk maakt dat haar gezondheid het zal toelaten om elke dag minstens een halve dag naar school te gaan. Desnoods rondt ze de opleiding af in twee jaar. Voor het eerst sinds de lagere school zal ze dus opnieuw dagelijks in een klas zitten. "Een mijlpaal voor mij", glundert ze. "Voor het eerst kijk ik ontzettend uit naar dat klasgevoel. Omdat ik mij voorstel dat ik straks terechtkom tussen gelijkgestemde zielen, die allemaal voor dezelfde creatieve richting gaan. Die diepgang hebben, en dat is net wat ik zoek. Dat gaat het volgens mij zo leuk maken om in een klas te zitten en om eindelijk klasvrienden te kunnen maken. Weet je, ik heb nooit gemakkelijk vriendschap gesloten met klasgenoten. Niet alleen omdat ik daartoe weinig kans had met mijn ziekte, maar ook omdat ik leeftijdsgenoten soms wat oppervlakkig vond. Zij waren vooral bezig met uitgaan, ik had heel andere zaken aan mijn hoofd. Ik ben zo snel volwassen moeten worden door alles wat ik heb meegemaakt, dat ik me zelden begrepen heb gevoeld."

Alleen al haar eindwerk dat ze vorig jaar met veel trots maakte, weerspiegelt wat voor een bijzonder meisje ze is. Het opgelegde thema was de Belgische schilder René Magritte en het surrealisme, Sofie creëerde een kledingcollectie rond het menselijk hart en breide er wijze woorden rond. Over dat mensen meer vanuit hun hart zouden moeten spreken en minder oppervlakkig moeten zijn. En dat de wereld er dan een stuk mooier op zou worden. Wie wil nu zo'n meisje straks niet in de klas? Sofie glimlacht. "Het is allemaal zo spannend", zegt ze. "Hoe gaan de leerkrachten zijn? Ga ik het fysiek aankunnen? Wat voor moois zal ik allemaal kunnen bijleren over mode? Het is afwachten, hé. Maar ik weet nu al dat ik vrijdag overgelukkig ga zijn. Omdat ik tot hier toe al heb bereikt wat ik wilde bereiken. En als deze opleiding me lukt en ik blijf op de been, dan hoop ik over enkele jaren in Londen verder te studeren. Ik weet het, dat is heel hoog gegrepen. Maar: waar een wil is, is absoluut een weg. Ik heb al zo veel obstakels overwonnen. En misschien hangen mijn ontwerpen op een dag wel in alle grote steden ter wereld en halen ze de Vogue. Coco Chanel is mijn grote voorbeeld. Haar levensverhaal inspireert mij en stuwt mij vooruit. Zij heeft als weeskind ook heel hard moeten knokken, ze heeft het allemaal zelf moeten doen. En kijk waar zij is geraakt”

Annick Grobben, Het Laatste Nieuws